.
Uitspraak Hoge Raad 5 juni 2009
De uitspraak van de Hoge Raad in een drietal effectenleasezaken komt, kort samengevat, hierop neer:
Als de financiële positie van de afnemer bij het sluiten van de contract(en) niet voldoende was om aan de betalingsverplichtingen (termijnbetalingen + mogelijke restschuld) te voldoen, had Aegon het sluiten van de contract(en) moeten afraden. Door dat niet te doen, is Aegon de zorgplicht ten opzichte van de afnemer niet nagekomen en komt een deel van het verlies (inleg + restschuld) voor rekening van Aegon. De Hoge Raad geeft daarbij als vuistregel aan dat in dit soort gevallen 60% van de schade (inleg + restschuld) voor rekening van Aegon komt en 40% voor rekening van de afnemer.
Als de financiële positie van de afnemer bij het sluiten van de contract(en) zodanig was dat hij het totale mogelijke verlies wel kon opvangen, dan komt tweederde van de restschuld voor rekening van Aegon en blijft eenderde van de restschuld alsmede het verlies van de inleg voor rekening van de afnemer. In veel zaken geldt dat het mogelijke verlies aanzienlijk hoger kan zijn dan het in werkelijkheid geleden advies.
Aflossingsproducten/Restschuldproducten
Anders dan de rechtbank te Leeuwarden, maakt de Hoge Raad geen onderscheid tussen aflossingsproducten en restschuldproducten. Dit betekent dat beide soorten zaken volgens dezelfde normen worden afgewikkeld.
Eegasituatie
Als in uw geval de eega-situatie van toepassing is (het ontbreken van de handtekening van uw echtgeno(o)t(e)), dan zal in de procedure op dat argument een beroep worden gedaan. Als dat beroep slaagt, komt het bovengenoemde argument van de zorgplicht niet meer aan de orde.
Verdere informatie
Cliënten van Leaseproces ontvangen op korte termijn per email of per brief nadere informatie.
Zie voor een samenvatting en de uitspraken zelf:
Samenvatting
Uitspraak Dexia-zaak
Uitspraak Aegon-zaak
Uitspraak Levob-zaak








