Uitspraken
De rechtbank Utrecht heeft op 19 juli 2006 terecht bepaald dat Defam
een deel van het verlies van haar klanten moet vergoeden: uitspraak
Het gerechtshof te Amsterdam heeft dit op 24 mei 2007 in hoger beroep in een vergelijkbare zaak tegen Levob bevestigd: uitspraak
Zowel de rechtbank als het gerechtshof hebben bepaald dat de banken 60%
van het verlies van hun klanten moeten vergoeden.
Omdat er nu een uitspraak in hoger beroep is, kunt u risicoloos tegen Defam procederen. De rechtbank is namelijk gebonden aan de uitspraak van het gerechtshof.
Rechtbank Utrecht, 19 juli 2006
De deelnemer had in 1999 een tussenpersoon benaderd om zijn schulden te herfinancieren. De tussenpersoon heeft toen alles ondergebracht in één doorlopend krediet en heeft daarnaast een effectenlease contract afgesloten. Het doel van deze constructie was om met de opbrengst uit het effectenlease contract het doorlopende krediet in één keer af te lossen. Het in het effectenlease contract gestorte geld bleek echter verdwenen te zijn. Het doorlopend krediet is uiteindelijk afgelost door middel van het oversluiten van de hypotheek op de woning.
De rechtbank oordeelde dat Defam de voor banken geldende zorgplicht heeft geschonden en bepaalde dat Defam 60% van het verlies aan eiser moest terugbetalen.
U kunt de volledige uitspraak lezen op:
http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=AY4718&u_ljn=AY4718
Rechtbank Utrecht, 26 april 2006
De deelnemers (man en vrouw) hadden € 3.290,- ingelegd. Na beëindiging van het contract bleek er een aanzienlijke restschuld te zijn. Het totale verlies bedroeg ruim € 6.000,-.
De rechter oordeelde dat Defam onrechtmatig heeft gehandeld en bepaalde dat Defam 60% procent van het verlies aan de deelnemers moest vergoeden.
U kunt de volledige uitspraak lezen op:
http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=AW7005&u_ljn=AW7005
Rechtbank Utrecht, 22 juni 2005
De deelnemers (man en vrouw) hadden een effectenlease contract afgesloten. Door de tussenpersoon werd verzekerd dat zij altijd hun inleg zouden terugkrijgen.
De rechtbank oordeelde dat in de tekst van de overeenkomst niet duidelijk werd gewezen op de specifieke risico’s van aandelenlease, zoals de mogelijkheid van het ontstaan van een restschuld en het verlies van de inleg. Hierdoor achtte de rechtbank het voldoende aannemelijk dat eisers de overeenkomst zijn aangegaan in de veronderstelling dat zij altijd de inleg terug zouden krijgen. De rechtbank bepaalde dat Defam onzorgvuldig heeft gehandeld door onvoldoende informatie te verstrekken over de risico’s. De gevolgen van dit onzorgvuldig handelen komen dan ook geheel voor rekening van Defam. De rechtbank bepaalde dat Defam de schade voor 100% moest vergoeden.
U kunt de volledige uitspraak lezen op:
http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=AT8147&u_ljn=AT8147
Rechtbank Utrecht, 20 december 2006
De eiser in deze rechtzaak had in 1997 een effectenleasecontract gesloten met Defam. Dit contract was winstgevend en werd in 2000 overgesloten naar een tweede effectenleasecontract met Defam, via een tussenpersoon. Eiser betaalde voor dit contract maandelijks € 136,13 (60 maanden contract). Voor dit tweede Defam-contract is hij een procedure gestart.
Eiser heeft in de procedure zelf aangegeven dat hij vóór 1997 reeds een effectenlease-overeenkomst met Groeivermogen gesloten, dat hij in 2001 nog eens 2 effectenlease-overeenkomsten had gesloten met Labouchere (later Dexia genaamd), en dat hij in het verleden ook zelfstandig met eigen geld een aanzienlijke aandelenportefeuille heeft aangeschaft.
De rechter constateert in deze zaak dat Defam haar zorgplicht heeft geschonden. Defam heeft aan eiser onvolledige informatie verschaft en heeft onvoldoende informatie ingewonnen over eiser’s persoonlijke situatie en omstandigheden.
De rechter constateert echter dat er niets is gesteld omtrent de beleggingsdoelstelling van de eiser en acht het, zonder een ontbrekende nadere motivering, niet aannemelijk dat eiser de contracten niet was aangegaan indien Defam wel aan haar zorgplicht zou hebben voldaan. Dit gezien eiser’s beleggingservaring, grote vermogen en hoge inkomen. Er bestaat volgens de rechter in deze zaak aldus geen causaal verband tussen de geleden schade en de schending van de zorgplicht.
De rechter oordeelt dat de schade die voortvloeit uit het effectenleasecontract niet door Defam vergoed hoeft te worden.
Eiser is door de rechter in het ongelijk gesteld en is veroordeeld in de proceskosten.
Deze procedure is niet door Leaseproces gevoerd. Leaseproces is van mening dat deze uitspraak laat zien dat Defam de zorgplicht te allen tijde heeft geschonden en dat een procedure een positieve uitspraak zal opleveren indien gemotiveerd wordt aangegeven dat de eiser de overeenkomst niet had gesloten indien hij wel goed geïnformeerd was. Deze motivering is dus altijd van belang, ook al zal de rechter het causale verband bij de meeste eisers - die immers geen beleggingservaring hadden - al snel aanwezig achten.
U kunt de volledige uitspraak lezen op:
http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=AZ5232&u_ljn=AZ5232








