LEVOB NIEUWS EN MEDEDELINGEN

Uitspraak Hoge Raad
Het gaat in de meeste zaken met name om de vraag of het aangaan van de contracten voor u een onverantwoord zware last was. Zo ja, dan moet Levob uw inleg grotendeels terugbetalen. Zo niet, dan hoeft Levob niets van de inleg terug te betalen. De afwikkeling van de restschuld is in beide situaties gelijk: deze komt grotendeels voor rekening van Levob, het andere deel komt voor uw rekening.

De hamvraag is dus of er in uw situatie sprake is van een onverantwoord zware last. De Hoge Raad heeft de zaak van een zekere meneer B als model gesteld voor de afwikkeling van alle vergelijkbare lease-zaken. Net als in de meeste zaken had meneer B voor een behoorlijk bedrag aan lease-aandelen gekocht. Als die aandelen fors in waarde zouden dalen, zou hij geen geld hebben gehad om de eventuele (maximale) restschuld aan de Bank te kunnen betalen. Volgens de Hoge Raad is er in zo’n situatie sprake van een onverantwoord zware last. Van al onze cliënten valt ca. 90% in deze categorie.

Formule gerechtshof
Het gerechtshof te Amsterdam was kennelijk niet zo gelukkig met deze uitspraak, want dit Hof heeft een formule bedacht waarmee berekend kan worden of er sprake is van een onverantwoord zware last. Die formule is echter zo geprogrammeerd dat deze in slechts ca. 10% van de gevallen als uitkomst geeft dat er sprake is van een onverantwoord zware last. Ook in de zaak van meneer B is er volgens de formule geen sprake van een onverantwoord zware last, terwijl de Hoge Raad al eerder had bepaald dat dit juist wél het geval was. De Hoge Raad heeft die zaak bovendien als model gesteld voor de afwikkeling van andere vergelijkbare zaken.

Uitspraak Hoge Raad is de standaard
Aangezien de Hoge Raad ons hoogste rechtscollege is, is uitspraak van de Hoge Raad in de zaak van meneer B wat ons betreft de de standaard. Als iemand geen geld heeft om de mogelijke (maximale) restschuld te kunnen betalen, dan is er sprake van een onverantwoord zware last. Dat is een realiteit die niet met een formule opzij kan worden geschoven.

Uitspraken Geschillencommissie Financiële Dienstverlening
In dit verband wijzen wij ook op een aantal recente uitspraken van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening in lease-zaken. Deze commissie gaat nog een stap verder dan de Hoge Raad. Volgens de commissie moeten de banken namelijk in alle gevallen minimaal de helft van de inleg vergoeden. Dus niet alleen in zaken waarin sprake is van een onverantwoord zware financiële last. Wij hechten met name veel belang aan deze uitspraken omdat de voorzitter van de commissie, mr. Jules Wortel, onlangs is benoemd tot raadsheer in de Hoge Raad. Uit die benoeming blijkt dat mr. Wortel een gezaghebbend jurist is. Overigens hebben wij slechts een beperkt aantal zaken aan de commissie kunnen voorleggen, onder meer omdat de verjaringstermijn bij de commissie in veel zaken al verstreken was. Deze verjaringstermijn is namelijk veel korter dan die bij de rechtbank.

De afwikkeling van uw zaak
Gezien het bovenstaande zijn wij ervan overtuigd dat de meeste zaken uiteindelijk afgewikkeld zullen worden op basis van de uitspraak van de Hoge Raad. Wij proberen daarom zoveel mogelijk zaken op die basis af te wikkelen. In zaken waarin dat niet mogelijk is gaan wij door met het opstarten van procedures.

Mocht u intussen een voorstel van Levob ontvangen, stuur dit dan meteen op naar Leaseproces, Postbus 22990, 1100 DL Amsterdam, naar fax nummer 020-5811026 of naar levobvoorstel@leaseproces.nl. Wij gaan dan voor u berekenen of het voortel klopt of dat Levob (aanzienlijk) meer moet betalen.

Uitspraak Hoge Raad 5 juni 2009
De Hoge Raad heeft op 5 juni uitspraak gedaan in een drietal effectenleasezaken, waaronder een Aegon-zaak. U kunt hierover meer lezen op de pagina
Uitspraak Hoge Raad 5 juni

Uitspraken Gerechtshof 1 december 2009

Uitspraak 1
Uitspraak 2
Uitspraak 3
Uitspraak 4





Leaseproces logo
Leaseproces logo